Wie in de lente of herfst naar Almería komt, geniet van zachte temperaturen die perfect zijn om de woestijn en de kust te verkennen zonder de intense hitte. De stad wisselt met de seizoenen, van een bruisende kuststad in de zomer tot een rustige zonbestemming in de winter.
De levendige hoogzomer
Tijdens de zomermaanden bruist de stad van de energie en stijgt het kwik vaak boven de 30 graden. Zodra reizigers landen op Almería Airport (LEI), voelen ze direct de droge warmte die zo kenmerkend is voor deze regio. De stranden rondom het centrum en in het nabijgelegen Cabo de Gata-Níjar Natural Park trekken dan veel bezoekers die verkoeling zoeken in de heldere zee.
In augustus staat de stad in het teken van de Feria de Almería, een groot feest ter ere van de beschermheilige. Het ritme van de stad verschuift naar de avonduren, wanneer de lokale bevolking samenkomt op terrassen voor tapas. De zon blijft lang present, waardoor de witgekalkte huizen en de oude muren van het Alcazaba van Almería fel oplichten tegen de strakblauwe lucht.
De rustige winter en het milde najaar
In het laagseizoen keert de rust terug en daalt de temperatuur naar een aangename 15 tot 18 graden. De felle drukte maakt plaats voor een kalm dagelijks leven, waarbij wandelaars de ruimte hebben bij bekende plekken zoals de Kathedraal van Almería. Omdat dit een van de droogste plekken van Europa is, blijft de kans op zon groot, zelfs in januari of februari.
Dit is de ideale tijd voor een bezoek aan de Tabernas-woestijn, die op ongeveer 30 km van de stad ligt. Waar het in de zomer te heet is om te wandelen, biedt het najaar milde omstandigheden om de beroemde filmsets te bekijken. Bezoekers ervaren bij aankomst een serene sfeer, waarbij de natuur en de architectuur alle aandacht krijgen zonder de grote toeristenstroom.